Een bureau van bovenaf met een laptop, een open rood ringschrift, een blad met doorstreepte regels, een vulpen, een stapeltje briefjes en een kop koffie.

Je vraagt ChatGPT om een tekst voor je nieuwe dienst, en wat terugkomt is vlot en correct, maar het zou net zo goed over de zaak van je buurman kunnen gaan. Wil je dat AI schrijft zoals jouw bedrijf, dan moet je het eerst vertellen wie je bent en hoe je klinkt, in vaste richtlijnen die bij elke vraag meegaan. Zonder die richtlijnen krijg je het gemiddelde van het internet.

Waarom klinkt alles uit AI hetzelfde?

AI-teksten lijken op elkaar omdat iedereen hetzelfde vraagt. “Schrijf een post over onze nieuwe openingsuren.” Zo’n vraag bevat niets over jouw zaak, dus vult het model de gaten met wat het het vaakst gezien heeft. Dat is de reden dat zoveel posts openen met dezelfde zinnen en eindigen met hetzelfde uitroepteken.

Het model is niet het probleem. Wie meer meegeeft, krijgt iets anders terug. En dat begint bij een duidelijk verhaal: voor wie werk je, waarom kiezen klanten voor jou, en wat zeg je nooit. Pas als dat helder is, kan je het in richtlijnen gieten.

Wat staat er in goede schrijfrichtlijnen?

Je toon, in gewone woorden. Niet “professioneel en toegankelijk”, want dat zegt elke zaak. Wel: spreek je klanten aan met je of u, schrijf je kort of uitgebreid, mag er een grap in?

Voorbeelden van je eigen teksten. Drie of vier stukken die je zelf goed vindt: een mail aan een klant, een post die werkte, de uitleg op je site. Een model leert meer van één echt voorbeeld dan van een alinea beschrijving.

Woorden die je nooit gebruikt. Dit is de lijst die het meeste verschil maakt. Voor deze site hebben we er zelf een. “Ge” en “gij” komen er nooit in, we schrijven “automatisatie” en geen “automatisering”, en zinnen zijn volledig in plaats van losse stukjes tussen komma’s. Die regels staan er niet zomaar. Over de eerste versie van ons eerste artikel was mijn oordeel kort: het klonk niet Vlaams. Sindsdien staat in de richtlijnen hoe het wel moet.

Regels voor je design. Ook visuals uit AI lijken op elkaar. Leg vast welke kleuren en lettertypes je gebruikt, en wat niet mag. Bij ons is dat één lettertype, rood enkel als accent, en tekeningen in zwarte lijn zonder gezichten. Daardoor horen de illustraties bij deze artikels bij elkaar, ook al maakt een tool ze.

Waar bewaar je die richtlijnen?

Richtlijnen in een document dat niemand opent, helpen niet. Ze moeten op één plaats staan die elke tool en elke collega gebruikt. In Claude kan je een project aanmaken met vaste instructies en je voorbeeldteksten erbij. Elke vraag binnen dat project vertrekt dan van jouw stijl, zonder dat iemand alles opnieuw moet plakken. ChatGPT en Copilot hebben iets gelijkaardigs.

Belangrijker dan de tool is dat er maar één versie bestaat. Werkt de ene collega met een oud bestand en de andere met zijn eigen gewoontes, dan krijg je twee stijlen. Pas je een regel aan, dan doe je dat op die ene plaats, en vanaf de volgende vraag geldt hij voor iedereen.

Wat levert het op?

Met richtlijnen krijg je betere teksten, en je bent er sneller mee klaar omdat je achteraf minder moet verbeteren. De eerste versie staat dichter bij wat je zelf zou schrijven. Hoe we zo’n set richtlijnen samen opstellen en in je tools zetten, lees je bij AI implementeren.

Neem de laatste tekst die je met AI hebt gemaakt. Wat moest je er nog aan veranderen voor hij klonk als jouw zaak? Dat is precies wat in je richtlijnen hoort.

Benieuwd wat dit voor jouw zaak betekent?

Daar is de strategiesessie voor. Een uurtje, over jouw situatie.